6.1.10 Verwante woorden

Bij woordenboekwoorden die een eerstelijnsverwantschap hebben met andere woordenboekwoorden, worden de relaties tussen beide aangegeven. Zo staat bij het Hebreeuwse kehila kedosja: "Jiddisj: kille koudesj", wat betekent: kehila kedosja is in het Jiddisj kille koudesj. Bij het Jiddisje kille koudesj staat weer: "Hebreeuws: kehila kedosja". Op dezelfde wijze wordt bij de Bijbelse namen onderling verwezen tussen de gangbare versie van de naam (bijvoorbeeld "Nahum") en de transcriptieversie ervan ("Nachoem").

Relaties die aldus worden gelegd, gaan alleen uit van de verwante vorm van woorden, niet van de betekenis. Zo zijn er verwijzingen tussen het Hebreeuwse emet ('waarheid') en het Jiddisje emmes ('fijn').


Vorige paragraaf:
6.1.9 Betekenis
Volgende paragraaf:
6.1.11 Spellingvarianten