6.3.2 Beginselen

6.3.2.1 Volgens het Groene Boekje
6.3.2.2 Niet uitgesproken betekent niet weergegeven
6.3.2.3 Alleen de Nederlandse overige schrifttekens

6.3.2.1 Volgens het Groene Boekje

Woorden uit het Hebreeuws en Jiddisj die gebruikt worden in het Nederlands, worden geschreven volgens de beginselen van de spelling van het Nederlands, die te vinden zijn in het Groene Boekje. Dit houdt in:

  1. Geschreven worden de klanken die gezegd worden. ("We spellen een woord met de klanken die we horen in de standaarduitspraak van dat woord", Groene Boekje 2005, p. 16). Uitgangspunt zijn dus niet de letters waarmee het Hebreeuws en Jiddisj geschreven worden. (Letters die niet worden uitgesproken, worden niet weergegeven, en verschillende letters die hetzelfde worden uitgesproken, worden hetzelfde weergegeven.)
     
  2. De klanken worden geschreven met de lettertekens en andere schrifttekens van het Groene Boekje.

6.3.2.2 Niet uitgesproken betekent niet weergegeven

Er worden dus geen schrifttekens weergegeven die niet te horen zijn.

De voornaamste schrifttekens van het Hebreeuws die in de Sefardische uitspraak van de huidige staat Israël niet worden uitgesproken, zijn:

  1. de letters alef en ajin,
  2. de leesmoeders, dus de medeklinkertekens alef, hee, wav en joed, als daarmee klinkers worden aangeduid (tora wordt Tora; de klinkers zelf worden wel weergegeven),
  3. de joed in de combinatie achsjav wordt achsjav; banav wordt banav),
  4. de afsluitende letter hee met een punt erin (gavoa wordt gavoa; soesa wordt soesa),
  5. het schriftteken sjwa dat niet wordt uitgesproken (zie 7.2.6),
  6. de dageesj forte, dus een punt in een letter die gewoonlijk als een verdubbeling wordt opgevat,
  7. de makeef, dus het verbindingsstreepje dat kan voorkomen tussen twee afzonderlijke woorden.

Het voornaamste schriftteken van het (Oost-)Jiddisj dat niet wordt uitgesproken, is:

  1. een alef zonder teken erbij, die voorkomt aan het begin van een woord.

6.3.2.3 Alleen de Nederlandse overige schrifttekens

Bij de overige schrifttekens worden alleen de Nederlandse gebruikt, op de Nederlandse manier. Daarbij gaat het met name om:

  1. accenttekens (zie 6.3.6.1)
  2. koppelteken (liggend streepje) (zie 6.3.6.2)
  3. trema (deelteken) en apostrof (zie 6.3.6.3)
  4. hoofdletters (zie 6.3.6.4)

Vorige paragraaf:
6.3.1 Inleiding
Volgende paragraaf:
6.3.3 Klinkers