6.3.6 Overige schrifttekens | (verantwoording in 7.5) |
Het gebruik van accenttekens komt overeen met de aanwijzingen in het Groene Boekje (editie 2005, p. 30-31). Accenttekens worden dus slechts spaarzaam gebruikt, vooral in gevallen van de letter e waarbij de uitspraak daarvan moet worden aangegeven. Een accenteken is bij Sofeer-woorden met name nodig bij de klank [è] in een beklemtoonde open lettergreep aan het eind van een woord: hazè, Menasjè.
Het gebruik van het koppelteken komt overeen met de aanwijzingen in het Groene Boekje (editie 2005, p. 34-50, zie ook p. 51-55), dus:
Het gebruik van het trema en de apostrof komt overeen met de aanwijzingen in het Groene Boekje (editie 2005, p. 51-58 en p. 1043), dus:
De algemene regels betreffende trema en apostrof houden kortweg in:
Een trema schrijven we op de tweede van twee opeenvolgende klinkerletters die als één klinker kunnen worden uitgesproken, maar als twee klinkers moeten worden uitgesproken (poëzie, ruïne, coördinatie, reünie).
Een apostrof schrijven we
Het gebruik van hoofdletters komt overeen met de aanwijzingen in het Groene Boekje (editie 2005, p. 95-112), dus onder andere:
![]() |
Vorige paragraaf: 6.3.5 Medeklinkers |
Volgende paragraaf: 7. Verantwoording van de spelling |
![]() |