7.2.1 Verschillen in taalstructuur

De meeste aandacht moet worden besteed aan de weergave van de klinkers. Oorzaak hiervan is een verschil in taalstructuur tussen het Nederlands en het Hebreeuws (en tussen het Nederlands en het Jiddisj).

Iedere Nederlandstalige maakt en hoort verschil tussen de klinkers in lag en laag, leg en leeg, lig en lieg, log en loog. Dat moet ook, want tussen het eerste en het tweede woord van deze woordparen bestaat verschil in betekenis.

Voor het verschil tussen de klinkers van deze woordparen zijn verschillende termen in omloop. De meest gebruikte zijn: 'kort' voor de klinkers van lag, leg, lig en log, en 'lang' voor die in laag, leeg, lieg en loog. Deze termen worden hier verder dan ook gebruikt. Dat gebeurt wel tussen aanhalingstekens, omdat bij Nederlandse klinkers het verschil in klankkarakter (kwaliteit) een veel belangrijker rol speelt dan verschil in lengte (kwantiteit; lengteverschil bestaat bijvoorbeeld tussen boek en boer en is ook te horen bij riem en team).

Het Nederlandse verschil 'kort'-'lang' waarbij een andere klank leidt tot een andere betekenis, kent het Hebreeuws niet. In het Nederlands mag je bij bom niet boom zeggen, maar in het Hebreeuws kun je iemand zowel sjalom als sjaloom toewensen. Je komt dan niet terecht bij een ander woord, maar spreekt alleen wat afwijkend. Verschillen in 'lengte' hebben bij Hebreeuwse klinkers, anders gezegd, alleen een fonetische en geen fonologische waarde. De uitspraak van Hebreeuwse klinkers kent daardoor nogal wat vrijheid en ook nogal wat variatie.

Er zijn echter wel normen, die bijvoorbeeld bij het taalonderwijs worden onderwezen. Die laten zich alleen niet gemakkelijk in het Nederlands weergeven. Bij veel klinkers wordt iets gezegd dat tussen 'kort' en 'lang' in ligt. Wel ligt een zeker overwicht bij de 'korte' variant (waarmee dus het karakter of de 'kleur' van de klank wordt bedoeld en niet de traag- of snelheid waarmee die wordt uitgesproken).

Daardoor kunnen Hebreeuwse klinkers in het algemeen het best worden geschreven met één Nederlandse letter. Die regel wordt ondersteund door het algemene spellingideaal waarbij elke klank wordt weergegeven door één teken. Verder wordt hij versterkt door het Hebreeuwse schrift, waarin het niet tot het systeem behoort om letters tweemaal te schrijven, zoals in het Nederlands het geval is (laag, loog; leggen, logge). Daardoor wordt hij ook versterkt door weergaven in het Nederlands waarbij woorden uit het Hebreeuws worden getranslittereerd, dus 'letterlijk' worden omgespeld.

Maar als je Hebreeuwse woorden in het Nederlandse schrift weergeeft, dan kun je niet de eigenschappen negeren van het Nederlandse stelsel, waarin verschillen tussen 'kort' en 'lang' een rol spelen. De woorden uit het Hebreeuws komen nu eenmaal tussen woorden van Nederlandse herkomst in de krant te staan.

In onze taal worden 'lange' klinkers geschreven met dubbele klinkerletters als die in een gesloten lettergreep staan (laag, loog; en ook in een open lettergreep voor ch + klinker: loochenen, goochem). 'Korte' klinkers worden gevolgd door dubbele medeklinkerletters als meteen daarna een (onbeklemtoonde) klinker komt (leggen, logge).

Dus is de vraag wanneer bij woorden uit het Hebreeuws en Jiddisj letters zullen worden verdubbeld: klinkerletters om een lange klinker aan te geven, en medeklinkerletters om een korte klinker aan te geven. Daarbij spelen drie dingen een rol: 'lengte' (7.2.2), klemtoon (7.2.3) en lettergreepindeling (7.2.4).


Vorige paragraaf:
7.2 Klinkers
Volgende paragraaf:
7.2.2 'Lengte'