7.2.3 Klemtoon

Klinkers willen vooral nauwkeurig worden uitgesproken in beklemtoonde lettergrepen. Zo maakt het bij fabriek weinig uit hoe we de onbeklemtoonde a realiseren, als een [à]: [fàbriek], of als een [aa]: [faabriek]. Maar die vrijheid bestaat niet bij rabbi, want daarin heeft de a klemtoon (niet [raabbi]). Daarom is bij de weergave van klinkers in Sofeer-woorden op de klemtoon gelet. Bij klinkers in een onbeklemtoonde positie werden in de regel geen letters verdubbeld, noch klinkerletters van 'lange' klinkers, noch medeklinkerletters na 'korte'. Bij klinkers in een beklemtoonde positie stond verdubbeling wel op de agenda.

Er zijn woorden waarin het accent niet vastligt. Daarbij hebben de samenstellers de klinker waarom het gaat als geaccentueerd beschouwd, als die de klemtoon kán krijgen (daarom kaddiesj met ie). In gevallen waarin het accent verschuift, zoals bij buiging of woordvorming (vergelijk fabriek, fabrikant), werd voor elke vorm of elk woord afzonderlijk een spelling vastgesteld (chassied, chassidiem).

Bij de spellingbeslissingen speelde ook een ander aspect van beklemtoning een rol, namelijk dat uit de wijze waarop woorden worden geschreven, nogal eens kan worden opgemaakt op welke lettergreep de klemtoon ligt. Dat is vooral bij minder bekende of onbekende woorden van belang, waartoe vele woorden uit het Hebreeuws of het Jiddisj horen. Bij het weergeven daarvan moet nogal eens worden gekozen tussen twee kwaden: aan de ene kant een schrijfwijze waarbij de klemtoon vermoedelijk niet op de goede plaats wordt gelegd, en aan de andere kant een schrijfwijze waarbij een klinker vermoedelijk niet goed wordt uitgesproken. Taalgebruikers ervaren het als minder 'erg' wanneer een klinker niet goed wordt uitgesproken, dan wanneer het woord de verkeerde klemtoon krijgt. Dit pleit voor een schrijfwijze waarbij vooral wordt gelet op de plaats van de klemtoon.

Doordat 'lange' klinkers vaak klemtoon hebben, wijst een verdubbelde klinkerletter in het schrift vaak op beklemtoning. Ook de 'korte' klinker die voorafgaat aan een verdubbelde medeklinkerletter, is vaak geaccentueerd. Zo zullen Nederlandstaligen het accent waarschijnlijk spontaan achteraan leggen bij kalaan, en vooraan bij kallan, terwijl ze in onzekerheid verkeren bij kalan (niet-bestaande woorden). Hiervan kan gebruik worden gemaakt bij de vraag of letters zullen worden verdubbeld. Verdubbeling van de klinkerletters van 'lange' klinkers en van medeklinkerletters na 'korte' klinkers kan er namelijk voor zorgen dat die klinkers klemtoon krijgen. In het geval van de letter e, die niet alleen een [è] maar ook een sjwa kan weergeven, kan de dubbele letter een sjwa-uitspraak voorkomen (vergelijk sofer en sofeer).

Daarentegen kunnen dubbele klinkerletters het best worden vermeden als de lettergreep geen klemtoon heeft. Daarom wordt Elohiem, met klemtoon op de laatste lettergreep, gespeld met ie, maar Mitsrajim, zonder klemtoon op de laatste lettergreep, met i.

Verdubbeling van een medeklinkerletter na een beklemtoonde 'korte' klinker is vooral aan de orde bij Jiddisje woorden. Bij Hebreeuwse woorden ligt de klemtoon namelijk gewoonlijk op de laatste lettergreep, waarbij een afsluitende medeklinkerletter niet hoeft te worden verdubbeld, omdat er geen klinker op volgt (bijv. emet). Bij Jiddisje woorden is in de regel een eerdere lettergreep geaccentueerd (bijv. emmes).

Het Hebreeuws heeft echter een categorie tweelettergrepige naamwoorden die voor een uitzondering zorgt. Het gaat om de zogeheten nomina segolata, genoemd naar het klinkerteken segol dat bij vele ervan in de eerste lettergreep staat, veelal uitgesproken als [è]. Omdat die lettergreep zowel open als beklemtoond is, zou de enkele medeklinkerletter erna moeten worden verdubbeld. Dit zou echter leiden tot woordbeelden die in de geschiedenis van Hebreeuwse woorden in het Nederlands ongebruikelijk zijn en bij een rondvraag ook werden afgewezen (zie 9.2.2). In deze en vergelijkbare gevallen is daarom getranslittereerd, is dus de enkele Hebreeuwse letter weergegeven door een enkele Nederlandse letter. Omdat deze schrijfwijze gevolg kan hebben voor de uitspraak, is in het woordenboek aangegeven hoe de woorden worden uitgesproken.


Vorige paragraaf:
7.2.2 'Lengte'
Volgende paragraaf:
7.2.4 Lettergreepindeling