7.2.4 Lettergreepindeling

Voor de weergave van klinkers is van belang of die in een open lettergreep of in een gesloten lettergreep staan (vergelijk: koop, kopen, kop, koppen). Daarmee wordt van belang waar een lettergreep eindigt, niet alleen in de spraak, maar vooral in het schrift.

De plaatsen waar woorden kunnen worden afgebroken, laten zich niet altijd gemakkelijk aanwijzen. De Nederlandse regels daarvoor lijken eenduidiger dan ze in de praktijk blijken te zijn. Overigens is voor het Nederlands wel officieel geregeld hoe woorden worden geschreven, maar niet hoe ze worden afgebroken. Dit laatste speelde een rol, toen een oplossing moest worden gezocht voor een speciaal probleem bij de lettercombinaties sj en ts.

Beide combinaties sj en ts zijn de weergave van één klank (in het Hebreeuws geschreven met één letter), net zoals het geval is bij de Nederlandse lettercombinaties ch en ng. Bij ng kan wel tussen de twee letters worden afgebroken (lan·ge), maar bij ch niet (la·chen). In een spelling die de uitspraak wil weergeven, wordt aan sj en ts het meest recht gedaan als deze combinaties, net als ch, als een onscheidbare eenheid worden opgevat. Zo is in het woordenboek ook gedaan (Ma·sjiach, Jits·chak).

Nu wordt in de Nederlandse schrijfpraktijk de scheiding in nogal wat gevallen tussen de twee letters van sj en ts gemaakt, wat voor complicaties zorgt. Zo hebben de Hebreeuwse woorden drasja en rasja als Jiddisje pendanten [droosje] en [roosje], met 'lange' klinkers in de beklemtoonde eerste lettergreep. Als in deze gevallen voor sj wordt afgebroken, dan komt de voorafgaande klinker te staan in een open lettergreep, dus in een positie waar 'lange' klinkers in het Nederlands met een enkele letter worden geschreven (dro·men, ro·zen). Dus ook drosje (dro·sje) en rosje (ro·sje)? Dat zou gezien de Nederlandse afbreekpraktijk onherroepelijk leiden tot een niet-bedoelde uitspraak met een 'korte' klinker. Daarom worden in het Sofeer-woordenboek 'lange' klinkers voor sj + klinker en ts + klinker met dubbele letters geschreven, wel alleen in gevallen waarbij deze beklemtoond zijn (zie 7.2.3 Klemtoon).

Datzelfde geldt voor 'lange' klinkers die gevolgd worden door ch + klinker. Een spelling met dubbele klinkerletters is in het Nederlands regel bij de [oo]: goochelen, loochenen. Bij woorden uit het Hebreeuws en Jiddisj staan ook andere 'lange' klinkers in zo'n positie. Ook die zijn met twee klinkerletters geschreven, wel weer alleen in gevallen van beklemtoning (zie 7.2.3 Klemtoon).

Deze verdubbeling blijft echter in enkele individuele gevallen gevallen achterwege, met name bij enkele Bijbelse namen, die in een getranslittereerde versie in het Nederlands in gebruik zijn gekomen (bijvoorbeeld niet Miecha, maar Micha, ook al verschilt de eerste klinker van die in richel).


Vorige paragraaf:
7.2.3 Klemtoon
Volgende paragraaf:
7.2.5 Samenvatting en conclusies