7.3.2 Halfklinker [w]

In het moderne Hebreeuws bestaat geen verschil in uitspraak tussen de letters veet en wav, en in het Jiddisj niet tussen de letters wejs en wov. De realisatie ervan houdt het midden tussen die van de Nederlandse letters v en w, en heeft het karakter van een halfklinker. In ingeburgerde woorden uit het Hebreeuws komen beide letters voor: enerzijds David, leviet en Tel Aviv, anderzijds mitswa en sjwa. Vanuit Israël worden op het ogenblik transcripties met een v aangereikt (Tel Aviv, Yad Vashem), waarbij het Engels invloed doet gelden. Mede onder invloed daarvan lijkt in ons taalgebied een verschuiving plaats te vinden van de w waarvoor tot de tweede helft van de vorige eeuw overwegend werd gekozen, naar een v.

Beide weergaven hebben hun voors en tegens. Op de achtergrond daarvan speelt mee dat de v en w in de Romaanse en Germaanse talen een verschillende rol vervullen, en dat al of niet in samenhang daarmee - in Vlaanderen andere voorkeuren lijken te bestaan dan in Nederland. Nadat de kwestie expliciet in een rondvraag aan de orde was gesteld (zie 9.2.2), hebben de samenstellers gekozen voor praktische regels die zoveel mogelijk aan bestaande praktijken en voorkeuren recht doen:

De klank wordt in het algemeen weergegeven met een v, maar in drie gevallen met een w.

  1. Ten eerste wordt aan het begin van woorden uit het Hebreeuws een w geschreven. In de taal van oorsprong staat daar het letterteken wav, meestal van een voorgevoegd voegwoord dat vaak vertaald wordt met 'en'.
  2. Ten tweede wordt bij woorden uit het Jiddisj de klank van tswej wovven gewoonlijk met een w weergegeven, met als uitzondering het eind van het woord, waar een v wordt geschreven.
  3. Ten slotte houden woorden waarbij de w gebruikelijk is, deze letter. Daartoe horen woorden uit het Jiddisj waarbij de Duitse versie ervan een w heeft.

Zie voor concrete regels met voorbeelden 6.3.4.2.


Vorige paragraaf:
7.3.1 Halfklinker [j]
Volgende paragraaf:
7.4 Medeklinkers