9.2.2 Overleg en contacten met anderen

Gezien de maatschappelijke aspecten van spellingwerk is bij het samenstellen van het boek veel belang gehecht aan betrokkenheid bij het werk van diegenen die met (de schrijfwijze van) woorden uit het Hebreeuws en Jiddisj te maken hebben.

Allereerst is gestreefd naar een zodanige samenstelling van de adviesraad van de stichting dat het werk zou kunnen worden begeleid vanuit de ervaring en deskundigheid die in verschillende sectoren van zowel de Nederlandse als de Belgische samenleving aanwezig is.

Verder zijn het voornemen tot het boek en de eerste fasen van de werkzaamheden enkele keren besproken met het secretariaat van de Nederlandse Taalunie, vertegenwoordigd door lic. J. Van Hoorde. Het project heeft ook tweemaal op de agenda gestaan van bijeenkomsten van de Taaladviescommissie van de Nederlandse Taalunie, na bespreking in de spellingwerkgroep van deze commissie.

Ook is over de spelling verschillende keren overlegd met drs. Theo de Boer en prof.dr. Dirk Geeraerts, leden van de Woordkenmerkencommissie van Van Dale Lexicografie, en met dr. Jeannine Beeken, die bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie de editie 2005 van het Groene Boekje voorbereidde. Daarbij kwamen onder andere gevallen aan de orde waarbij volgens de samenstellers andere spellingen dan die in het Groene Boekje en Van Dale de voorkeur verdienen. De vergaderingen werden op 25 januari 2001 met een tripartiete bijeenkomst besloten.

Belangrijk doel was een zodanige afstemming dat de nagestreefde publicatie goede diensten zou kunnen verlenen bij nieuwe edities van de Woordenlijst Nederlandse taal (het Groene Boekje) en Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal (zie 9.3).
Het overleg tussen de stichting en Van Dale betrof overigens ook de verzamelingen opgenomen of op te nemen woorden en varianten. Gezien het verschil in doelstelling en karakter van Van Dale en het beoogde boek zouden de selecties van woorden en varianten niet identiek zijn.

Verder zijn in een tiental Nederlandse en Vlaamse periodieken van verschillende aard berichten en artikelen over het project verschenen, die deels voortkwamen uit een persbericht van de stichting. Hierin werd aan geïnteresseerden gevraagd of ze een bijdrage tot het project wilden leveren en over proeven hun oordeel wilden geven.
Datzelfde vroeg de stichting in brieven aan een vijftigtal betrokkenen in Nederland en België.
Zo kon onder meer worden voorkomen dat de samenstellers daar waar de gegevens in de bronnen te wensen overlieten, alleen op eigen waarnemingen en inschattingen zouden zijn aangewezen.

De stichting ontving op de publicaties en brieven een zodanig aantal reacties dat rondom de jaarwisseling 2000-2001 aan ruim zestig personen de eerste proeflijst ter beoordeling kon worden toegezonden. Deze werd ruim een half jaar later gevolgd door een tweede. Beide proeflijsten gingen vergezeld van vragen over specifieke kwesties. Ook op andere wijzen hebben de samenstellers op betrokkenen een beroep kunnen doen.

De stichting heeft veel waardering voor de kwantiteit en kwaliteit van oordelen en andere bijdragen die zij van anderen heeft ontvangen. Hun namen worden genoemd onder 9.5.2.


Vorige paragraaf:
9.2.1 Van lijst naar boek
Volgende paragraaf:
9.3 Bijdragen tot de edities 2005 van het Groene Boekje en Van Dale, 2003-2005