11.1.1 Asjkenazisch en Sefardisch

Het Hebreeuws heeft, net als allerlei andere talen, een aantal variëteiten, met als voornaamste het Asjkenazische Hebreeuws van de Asjkenazische joden, wonend in of afkomstig uit vooral Oost- en Midden-Europa, en het Sefardische Hebreeuws van de Sefardische (of Portugese) joden, wonend in of afkomstig uit Portugal, Spanje en Italië. Het algemeen gebruikte Hebreeuws van de staat Israël is Sefardisch Hebreeuws.

De termen Asjkenazisch en Sefardisch gaan terug op twee Bijbelse namen, die in rabbijnse literatuur werden geassocieerd met Duitsland en Spanje: Asjkenaz in Gen. 10:3, 1 Kron. 1:6 en Jer. 51:27, en Sefarad in Ob. 20.

Asjkenazisch en Sefardisch Hebreeuws komen vooral aan de orde in 6.2.1.3, 6.3.3.7, 7.1.5.1, 7.1.5.2, 7.2.7, 8.2 en 8.3.


Vorige paragraaf:
11.1 Termen
Volgende paragraaf:
11.1.2 Bargoens