11.1.3 Gesloten lettergreep en open lettergreep

Een lettergreep is gesloten, als die eindigt op een of meer medeklinkers.

voorbeelden: koosom, (ge·)schenk·bon, lu(te·)loos, o(ni·)bus, vehuisd, voobeeden

Een lettergreep is open, als die eindigt op een klinker of een tweeklank.

voorbeelden: vrij, b(nen), d(aal), m(dern), pra, rou·ltie, sau·na

De letterparen sj en ts die respectievelijk de klanken tsad(d)i en sjien weergeven, gelden in Sofeer als één medeklinker, net zoals het Nederlandse letterpaar ch.

voorbeelden: Ba·sjevis, te·sjoeva, ri·sjon, Mo·sjee; ka·tsav, le·tsan, mechi·tsa, Jo·tseer

Open en gesloten lettergrepen komen met name aan de orde in 6.3.3.1, 6.3.3.2, 6.3.3.3, 6.3.3.4, 6.3.5.3, 7.1.7, 7.2.1, 7.2.2, 7.2.4 en 7.2.5.


Vorige paragraaf:
11.1.2 Bargoens
Volgende paragraaf:
11.1.4 Nomina segolata