11.1.6 Soortnamen en eigennamen

De zelfstandige naamwoorden worden gewoonlijk in twee groepen verdeeld: soortnamen (ook wel 'gewone woorden' genoemd) en eigennamen.

voorbeelden van soortnamen: avond, bakker, geheugen, glooiing, herinnering, stoel, waarheid
voorbeelden van eigennamen: Amsterdam, Nico Bakker, Beresjiet, Philips, Madurodam, Onze-Lieve-Vrouw

Soortnamen en eigennamen komen vooral aan de orde in 6.1.1, 6.1.9, 6.1.11, 7.1.1, 7.1.6.4 en 8.1.2.


Vorige paragraaf:
11.1.5 Sjwa
Volgende paragraaf:
11.1.7 Transcriptie en translitteratie