abib

afbreking: abib [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'korenaren';  

  eerste maand van het jaar, in maart-april; oude benaming, later: nisan(2) (4x: Ex. 13:4, 23:15, 34:18, Deut. 16:1) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): aviev [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-