Abinadab

afbreking: Abi·na·dab [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: '(mijn) vader is milddadig';  

 
  1. inwoner van Kirjat-Jearim; in zijn huis verblijft de verbondsark (5x: 1 Sam. 7:1, 2 Sam. 6:3 +, 1 Kron. 13:7);
  2. tweede zoon van Isaï, broer van David-1 (1 Sam. 16:8, 17:13, 1 Kron. 2:13);
  3. derde zoon van Saul-1 (4x: 1 Sam. 31:2, 1 Kron. 8:33 +)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Avinadav [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-