Abisai

afbreking: Abi·sai [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  zoon van Seruja, broer van Joab-1, aanvoerder bij David-1 (19x: 1 Sam. 26:6 +, 2 Sam. 2:18 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Avisjai [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-