Abisalom

afbreking: Abi·sa·lom [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: '(mijn) vader is vrede';  

  vader van Maächa(2)-6; andere naam: Absalom (1 Kon. 15:2, 15:10) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Avisjalom [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-