Abner

afbreking: Ab·ner [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'vader is licht';  

  zoon van Ner-1, legeroverste van Saul-1; andere vorm in 1 Sam. 14:50: Abiner (63x: 1 Sam. 14:50 +, 2 Sam. 2:8 +, 1 Kon. 2:5 +, 1 Kron. 26:28 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Avneer [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-