Abram

afbreking: Abram [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'vader is verheven';  

  eerste van de drie aartsvaders, man van Sara(2)-1, vader van Isaak-1; krijgt de naam Abraham-1 als God een verbond met hem sluit (61x: Gen. 11:26 +, Neh. 9:7, 1 Kron. 1:27) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Avram [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-