Absalom

afbreking: Ab·sa·lom [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'vader is vrede';  

 
  1. derde zoon van David-1; wil zijn vader van de troon stoten (107x: 2 Sam. 3:3 +, 1 Kon. 1:6 +, Ps. 3:1 +, 1 Kron. 3:2);
  2. vader van Maächa(2)-6; andere naam: Abisalom (2 Kron. 11:20, 11:21)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Avsjalom [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-