Achav

afbreking: Achav [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'broer van de vader';  

 
  1. zoon van Omri-1, man van Izebel, koning van Israël-4 (91x: 1 Kon. 16:28 +, 2 Kon. 1:1 +, Mi. 6:16, 2 Kron. 18:1 +);
  2. zoon van Kolaja, valse profeet in de tijd van Jeremia-1 (Jer. 29:21)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Achab [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-