Achazja

Achazja (1)

afbreking: Achaz·ja [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer houdt vast';  

 
  1. zoon en opvolger van koning Achab-1 van Israël-4; andere naam: Achazjahu-1 (2 Kon. 1:2, 2 Kron. 20:35);
  2. zoon en opvolger van koning Joram-2 van Juda-4; andere namen: Achazjahu-2, Azarjahu-6, Jehoachaz (5x: 2 Kon. 9:16 +)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Achazja(2) [ ? ]
zie ook: Achaz  

Achazja (2)

afbreking: Achaz·ja [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer houdt vast';  

 
  1. zoon en opvolger van koning Achab-1 van Israël-4; andere naam: Achazjahu-1 (2 Kon. 1:2, 2 Kron. 20:35);
  2. zoon en opvolger van koning Joram(2)-2 van Juda-4; andere namen: Achazjahu-2, Azarjahu-6, Jehoachaz (5x: 2 Kon. 9:16 +)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Achazja [ ? ]
zie ook: Achaz(2), Achazjahu, Achazja  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-