Achazjahu, Achazja

afbreking: Achaz·ja·hu, Achaz·ja [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer houdt vast';  

 
  1. zoon en opvolger van koning Achab-1 van Israël-4; andere naam: Achazja(2)-1 (5x: 1 Kon. 22:40 +, 2 Kron. 20:37);
  2. zoon en opvolger van koning Joram(2)-2 van Juda-4; andere namen: Achazja(2)-2, Azarjahu-6, Jehoachaz (25x: 2 Kon. 8:24 +, 1 Kron. 3:11, 2 Kron. 22:1)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Achazjahoe [ ? ]
spelling: 'Achazjahu' wordt in de meeste vertalingen 'Achazja(2)'  
zie ook: Achaz(2)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-