Achinoam

afbreking: Achi·no·am [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) / Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: '(mijn) broer is lieflijk';  

 
  1. dochter van Achimaäs-1, vrouw van Saul-1 (1 Sam. 14:50);
  2. vrouw van David-1, afkomstig uit Jizreël-2, moeder van Amnon-1 (6x: 1 Sam. 25:43 +, 2 Sam. 2:2 +, 1 Kron. 3:1)
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-