adar

afbreking: adar [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) / Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  twaalfde maand van het joodse jaar, in februari-maart (9x: Est. 3:7 +, Ezra 6:15); zesde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-