Adonai

afbreking: Ado·nai [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'mijn heer, Heer';  

 
  1. HEER of EEUWIGE, het woord dat wordt gelezen (qeree) in plaats van de vier letters JHWH, de eigennaam van de God van Israël-2 (verdere gegevens bij JHWH);
  2. mijn heer, Heer (425x: Gen. 15:2 +, Ex. 4:10 +, Num. 14:17, Deut. 3:24 +, Joz. 7:7 +, Recht. 6:15 +, 2 Sam. 7:18 +, 1 Kon. 2:26 +, 2 Kon. 7:6 +, Jes. 3:15 +, Jer. 1:6 +, Ez. 2:4 +, Am. 1:8 +, Ob. 1, Mi. 1:2, Hab. 3:19, Sef. 1:7, Zach. 9:4 +, Mal. 1:12 +, Ps. 2:4 +, Job 28:28, Klaagl. 1:14 +, Dan. 1:2 +, Ezra 10:3, Neh. 1:11)
[ ? ]

verwant: Jiddisj: addenoi, addenom;
Bargoens: attenoje, ottenoje, ottelenojeheine
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-