afikomen

afbreking: afi·ko·men [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: afi·ko·mens  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  stuk matse dat vóór de seidermaaltijd ergens wordt verborgen, door de kinderen moet worden gezocht en waarmee vervolgens de maaltijd wordt afgesloten [ ? ]

verwant: Hebreeuws: afikoman;
Asjkenazisch Hebreeuws: afikoumon
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-