Ammon

afbreking: Am·mon [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: volgens Gen. 19:38 samenhang met 'Ami/Ammi';  

  volk ten oosten van de Jordaan bij de Jabbok; stamt af van Ben-Ammi, die Lot verwekte bij zijn jongste dochter (101x: Gen. 19:38, Num. 21:24, Deut. 2:19 +, Joz. 12:2 +, Recht. 3:13 +, 1 Sam. 11:11 +, 2 Sam. 8:12 +, 1 Kon. 11:7 +, 2 Kon. 23:13 +, Jes. 11:14, Jer. 9:25 +, Ez. 21:25 +, Am. 1:13, Sef. 2:8 +, Ps. 83:8, Dan. 11:41 +, 1 Kron. 18:11 +, 2 Kron. 20:1 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Amon(3) [ ? ]
zie ook: Ammoniet  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-