Ammoniet

afbreking: Am·mo·niet [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Am·mo·nie·ten  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Amon(3)/Ammon';  

  lid van het volk Ammon (15x: Deut. 2:20 +, 1 Sam. 11:1 +, 2 Sam. 23:37, 1 Kon. 11:5, Ezra 9:1, Neh. 2:10 +, 1 Kron. 11:39, 2 Kron. 20:1 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Amoniet [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-