Amon

Amon (1)

afbreking: Amon [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'getrouwe';  

 
  1. overste van de plaats Samaria-1 in de tijd van de profeet Micha-3 (1 Kon. 22:26, 2 Kron. 18:25);
  2. zoon en opvolger van koning Manasse van Juda-4 (14x: 2 Kon. 21:18 +, Jer. 1:2 +, Sef. 1:1, 1 Kron. 3:14, 2 Kron. 33:20 +);
  3. Egyptische god (Jer. 46:25);
  4. nakomeling van de slaven van Salomo-1 die met Zerubbabel terugkeert uit de ballingschap in Babel-2; andere naam: Ami (Neh. 7:59)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Amon(2) [ ? ]

Amon (2)

afbreking: Amon [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'getrouwe';  

 
  1. overste van de plaats Samaria-1 in de tijd van de profeet Micha(2)-3 (1 Kon. 22:26, 2 Kron. 18:25);
  2. zoon en opvolger van koning Manasse van Juda-4 (14x: 2 Kon. 21:18 +, Jer. 1:2 +, Sef. 1:1, 1 Kron. 3:14, 2 Kron. 33:20 +);
  3. Egyptische god (Jer. 46:25);
  4. nakomeling van de slaven van Salomo-1 die met Zerubbabel terugkeert uit de ballingschap in Babel-2; andere naam: Ami(2) (Neh. 7:59)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Amon [ ? ]

Amon (3)

afbreking: Amon [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: volgens Gen. 19:38 samenhang met 'Ami/Ammi';  

  volk ten oosten van de Jordaan bij de Jabbok; stamt af van Ben-Ammi, die Lot verwekte bij zijn jongste dochter (101x: Gen. 19:38, Num. 21:24, Deut. 2:19 +, Joz. 12:2 +, Recht. 3:13 +, 1 Sam. 11:11 +, 2 Sam. 8:12 +, 1 Kon. 11:7 +, 2 Kon. 23:13 +, Jes. 11:14, Jer. 9:25 +, Ez. 21:25 +, Am. 1:13, Sef. 2:8 +, Ps. 83:8, Dan. 11:41 +, 1 Kron. 18:11 +, 2 Kron. 20:1 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Ammon [ ? ]
zie ook: Amoniet  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-