Amonitische

afbreking: Amo·ni·ti·sche [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Amon(3)/Ammon';  

  vrouwelijk lid van het volk Ammon (2x: 1 Kon. 11:1, Neh. 13:23) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Ammonitische [ ? ]
zie ook: Ammoniet  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-