Amos

Amos (1)

afbreking: Amos [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'gedragen (door de Heer)';  

 
  1. profeet uit Tekoa, wiens woorden staan in een naar hem genoemd Bijbelboek (7x: Am. 1:1 +);
  2. een van de kleinere profetische boeken van het OT;
  3. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Amos(2) [ ? ]

Amos (2)

afbreking: Amos [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'gedragen (door de Heer)';  

 
  1. profeet uit Tekoa, wiens woorden staan in een naar hem genoemd Bijbelboek (7x: Am. 1:1 +);
  2. een van de kleinere profetische boeken van het OT;
  3. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Amos [ ? ]

Amos (3)

afbreking: Amos [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: '(de Heer is) sterk';  

  vader van de profeet Jesajahu-1 (13x: 2 Kon. 19:2 +, Jes. 1:1 +, 2 Kron. 26:22 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Amots [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-