angejiddeld

afbreking: an·ge·jid·deld [ ? ]
  [uitspraak: anğəjiddəld] [ ? ]
herkomst: Jiddisj-Nederlands [ ? ]

  in 'angejiddeld zijn': zich als niet-jood thuis voelen in een joodse omgeving [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-