Aser

afbreking: Aser [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: volgens Gen. 30:13 'gelukkig';  

 
  1. achtste van de twaalf zonen van aartsvader Jakob-1; moeder is de slavin Zilpa(2) (o.a. Gen. 30:13; nr. 1-3: 43x, zie nr. 3);
  2. uit hem voortgekomen stam van Israël-2 (o.a. Num. 1:41; nr. 1-3: 43x, zie nr. 3);
  3. gebied van deze stam, aan de Middellandse Zee, ten noordwesten van het Meer van Kinneret (o.a. Ez. 48:3, nr. 1-3: 43x: Gen. 30:13 +, Ex. 1:4, Num. 1:13, Deut. 27:13 +, Joz. 17:7 +, Recht. 1:31 +, 1 Kon. 4:16, Ez. 48:2, 1 Kron. 2:2 +, 2 Kron. 30:11; ook 2x in NT)
[ ? ]

  Aser  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Asjer, Asjeer [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-