Baäl Peor

afbreking: Ba·äl Pe·or [ ? ]
  [uitspraak: Pəor] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'heer van Peor';  

 
  1. plaatselijk god, vereerd bij de berg Peor-1; andere naam: Peor-2 (5x: Num. 25:3, 25:5, Deut. 4:3, Hos. 9:10, Ps. 106:28);
  2. plaats waar deze god vereerd wordt (Deut. 4:3)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Baäl-Peor, Baäl van de Peor [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-