Baäl-Zebub

afbreking: Ba·äl-Ze·bub [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'heer van de vliegen';  

  god van Ekron(2), die door koning Achazja(2)-1 van Israël-4 wordt geraadpleegd (4x: 2 Kon. 1:2 +); latere namen: Beëlzebub, Beëlzebul (7x in NT; volgens vertalingen daarvan gaat het om 'de vorst van de demonen' of 'de overste van de boze geesten') [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Baäl Zevoev;
Hebreeuws-Nederlands: Beëlzebub
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-