Baäl Zevoev

afbreking: Ba·äl Ze·voev [ ? ]
  [uitspraak: Zəvoev] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'heer van de vliegen';  

  god van Ekron, die door koning Achazja-1 van Israël-4 wordt geraadpleegd (4x: 2 Kon. 1:2, 1:3, 1:6, 1:16); latere Griekse naam: Beëlzebul (7x in NT; volgens vertalingen daarvan gaat het om 'de vorst van de demonen' of 'de overste van de boze geesten'), latere Latijnse naam: Beëlzebub [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Baäl-Zebub;
Hebreeuws-Nederlands: Beëlzebub
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-