Basa

afbreking: Ba·sa [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  zoon van Achia(2)-4, derde koning van Israël-4; strijdt met het zuidrijk Juda-4 (28x: 1 Kon. 15:16 +, 2 Kon. 9:9, Jer. 41:9, 2 Kron. 16:1 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Basja [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-