bekattering

afbreking: be·kat·te·ring [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: be·kat·te·rin·gen  
herkomst: Bargoens [ ? ]

 
  1. uitbrander;
  2. bekeuring
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-