Bemidbar, Bamidbar

afbreking: Be·mid·bar, Ba·mid·bar [ ? ]
  [uitspraak: Bəmiedbar, Bàmiedbar] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'in de woestijn';  

 
  1. woord uit het begin, tevens naam van het Bijbelboek Numeri (Num. 1:1);
  2. woord uit het begin, tevens naam van de perikoop Bemidbar 1:1-4:20
[ ? ]

spelling: 'Bemidbar, Bamidbar' is een taalvariant (zie help 7.1.5)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-