Berachot

afbreking: Be·ra·chot [ ? ]
  [uitspraak: Bərachot] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'zegenspreuken';  

 
  1. traktaat in het Misjnadeel Zeraïem, over de dagelijkse gebeden en de gebeden bij bijzondere gelegenheden;
  2. traktaat in de Talmoed Jeroesjalmi en de Talmoed Bavli, over hetzelfde onderwerp
[ ? ]

zie ook: bracha  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-