Berseba

afbreking: Ber·se·ba [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'bron van zeven', 'bron van vol(komen)heid', volgens Gen. 21:31 'bron van de eed';  

 
  1. de meest zuidelijke plaats van het Bijbelse land Israël-3, in het gebied van Juda-3 (34x: Gen. 21:14 +, Joz. 15:28 +, Recht. 20:1, 1 Sam. 3:20 +, 2 Sam. 3:10 +, 1 Kon. 5:5 +, 2 Kon. 12:2 +, Am. 5:5 +, Neh. 11:27 +, 1 Kron. 4:28 +, 2 Kron. 19:4 +);
  2. voortzetting van deze plaats in het huidige Israël-7
[ ? ]

  Berseba  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Beër Sjeva, Beëer Sjeva [ ? ]
spelling: spelling elders: Bersabe  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-