Betesda

afbreking: Be·tes·da [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

 
  1. vijver met geneeskrachtig water in Jeruzalem; in vertalingen ook: Betzata (Joh. 5:2);
  2. naam van protestantse ziekenhuizen
[ ? ]

spelling: spelling elders: Bethesda  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-