broechiem habaïem

afbreking: broe·chiem ha·ba·ïem [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'gezegend zij die komen';  

  welkom! (tegen meer dan één persoon) [ ? ]

zie ook: baroech haba  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-