bundist

afbreking: bun·dist [ ? ]
  [uitspraak: boendiest] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: bun·dis·ten
[uitspraak: boendiestən]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  lid van de Bund [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-