Chala

afbreking: Cha·la [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: '(stuk) brood of deeg';  

 
  1. traktaat in het Misjnadeel Zeraïem, over de heffing genomen van het deeg (Num. 15:19-21);
  2. traktaat in de Talmoed Jeroesjalmi, over hetzelfde onderwerp
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-