Chanoeka

Chanoeka (1)

afbreking: Cha·noe·ka [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'inwijding';  

  feest van de herinwijding van de tempel, dat acht dagen duurt en op 25 kislev begint; Nederlandse naam: Inwijdingsfeest [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands: Chanoeka(2);
Jiddisj: Channeke
[ ? ]

Chanoeka (2)

afbreking: Cha·noe·ka [ ? ]
  [uitspraak: Chànoeka] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  feest van de herinwijding van de tempel, dat acht dagen duurt en op 25 kislev begint; Nederlandse naam: Inwijdingsfeest [ ? ]

verwant: Hebreeuws: Chanoeka;
Jiddisj: Channeke
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-