charedi

charedi (1)

afbreking: cha·re·di [ ? ]
  [uitspraak: chareedi] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: cha·re·diem
[uitspraak: chareediem]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'godvrezend';  

  strikt orthodoxe jood [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands: charedi(3) [ ? ]
zie ook: dati(2)  

charedi (2)

afbreking: cha·re·di [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'godvrezend';  

  strikt orthodox-joods [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands: charedi(4) [ ? ]
zie ook: dati  

charedi (3)

afbreking: cha·re·di [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: cha·re·dim  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  strikt orthodoxe jood [ ? ]

verwant: Hebreeuws: charedi [ ? ]

charedi (4)

afbreking: cha·re·di [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  strikt orthodox-joods [ ? ]

verwant: Hebreeuws: charedi(2) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-