charoset

afbreking: cha·ro·set [ ? ]
  [uitspraak: charòset] [ ? ]
lidwoord: het  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  bepaalde zoete spijs op sederavond (mengsel van appel, noten, rozijnen en wijn) [ ? ]

verwant: Jiddisj: charouses [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-