Chavakoek

afbreking: Cha·va·koek [ ? ]
  [uitspraak: Chàvàkoek] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. profeet wiens woorden staan in een naar hem genoemd Bijbelboek (Hab. 1:1, 3:1);
  2. een van de kleinere profetische boeken van het OT
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Habakuk [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-