Eben-Haëzer, Ebenhaëzer

afbreking: Eben-Ha·ë·zer, Eben·ha·ë·zer [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'steen van de hulp' (zie 1 Sam. 7:12);  

 
  1. plaats waar de Israëlieten strijden met de Filistijnen; ook gedenksteen die Samuel-1 er plaatst (1 Sam. 4:1, 5:1, 7:12);
  2. naam die christenen wel kiezen voor gebouwen, schepen enz.
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Even Haëzer [ ? ]
spelling: 'Eben-Haëzer, Ebenhaëzer' is een weergavevariant (zie help 7.1.5)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-