Echa Raba, Echa Rabati

afbreking: Echa Ra·ba, Echa Ra·ba·ti [ ? ]
  [uitspraak: Ècha] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Aramees [ ? ]
letterlijk: 'grote (midrasj op) Echa';  

  agadische midrasjverzameling op Echa (Klaagliederen), samengesteld in de amoraïtische periode; andere naam: Midrasj Echa [ ? ]

spelling: 'Echa Raba, Echa Rabati' is een taalvariant (zie help 7.1.5)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-